Wanneer haal je dahliaknollen uit de grond na de eerste nachtvorst in oktober?

Wanneer haal je dahliaknollen uit de grond na de eerste nachtvorst in oktober?

Dahliaknollen haal je uit de grond zo'n één tot twee weken na de eerste nachtvorst, dus in de meeste Nederlandse tuinen ergens tussen half oktober en half november. Die eerste vorst is het signaal: het blad wordt zwart en slap, en de plant stopt met groeien. Wacht daarna nog een week of twee, want in die periode trekt de plant de laatste voedingsstoffen uit de stengels terug in de knol. Haal je ze meteen na de vorst op, dan zijn de knollen minder goed gevuld en overwinteren ze slechter. Wacht je te lang, tot na een strenge vorst van min vijf of lager, dan kan de vorst via de holle stengel de knol bereiken en die verrotten.

Waarom niet gewoon in de grond laten zitten?

Dahlia's komen oorspronkelijk uit Mexico en kunnen niet tegen bevroren grond. In een zachte winter op een goed doorlatende zandgrond overleven ze het soms wel, zeker onder een dikke laag bladeren of stro, maar op klei of veen is het risico groot dat de knol wegrot in de natte, koude bodem. Rooien is dus geen overbodige moeite maar een verzekering voor volgend seizoen. Wie het risico wil nemen, doet dat het beste alleen met goedkope of makkelijk vervangbare soorten.

Zo rooi je de knollen zonder ze te beschadigen

Knip de stengels eerst terug tot ongeveer 10 tot 15 centimeter boven de grond. Steek daarna met een spitvork, niet met een schep, ruim om de plant heen, op minstens 30 centimeter afstand van de stengel. Dahliaknollen groeien breder dan je denkt en een schep snijdt er zo doorheen. Wip de kluit voorzichtig omhoog en schud de losse grond eraf. Spoel de knollen af met de tuinslang zodat je goed ziet of er beschadigde of rotte delen zijn; die snijd je weg met een schoon mes.

Zet de knollen vervolgens ondersteboven, met de stengel naar beneden, een week op een droge, vorstvrije plek zoals de schuur of garage. Zo loopt het vocht uit de holle stengels en droogt de buitenkant op. Deze droogperiode is de belangrijkste stap: knollen die nat worden opgeborgen, beschimmelen vrijwel altijd.

Labelen niet vergeten

Schrijf de naam of kleur van de dahlia met watervaste stift op een label of direct op de knol. In maart zien alle knollen er hetzelfde uit en dan is het jammer als de hoge rode dahlia vooraan in de border belandt.

Waar en hoe bewaar je ze tot het voorjaar?

De ideale bewaartemperatuur ligt tussen de 4 en 8 graden. Een onverwarmde maar vorstvrije kelder, schuur, garage of kruipruimte is perfect. Leg de knollen in een kist of doos met droog turfmolm, zaagsel, zand of oude kranten, zodat ze elkaar niet raken en eventueel rot niet overslaat. Een dichte plastic zak is uit den boze: daarin blijft vocht hangen. Controleer de knollen één keer per maand. Zachte of schimmelende plekken snijd je weg; zijn ze juist erg verschrompeld, dan is de bewaarplek te droog en kun je het turfmolm licht bevochtigen.

Wat als de vorst dit jaar laat komt?

In een zachte herfst kan het tot in december duren voordat de eerste nachtvorst valt. Wacht daar niet eindeloos op. Bloeien de dahlia's begin november nog steeds, dan is het alsnog verstandig ze rond half november te rooien. De bodemtemperatuur is dan al laag genoeg om de groei te stoppen, en je voorkomt dat een plotselinge strenge vorst je verrast op een moment dat de grond kletsnat is en rooien een modderpartij wordt.

Volgend voorjaar weer aan de slag

Vanaf eind maart kun je de knollen binnen in potten voortrekken, en na half mei, als de kans op nachtvorst voorbij is, gaan ze weer de tuin in. Een knol die je in oktober zorgvuldig hebt gerooid en gedroogd, geeft in juli een plant die groter en rijker bloeit dan het jaar ervoor. Die twee weken geduld na de eerste vorst betalen zich dus dubbel terug.