Een olijfboom in een pot kan een beetje vorst prima hebben, maar zakt de temperatuur 's nachts onder de -5 graden, of blijft het meerdere dagen achter elkaar vriezen, dan haal je hem beter naar een koele, lichte plek binnen. Een lichte nachtvorst van -1 of -2 graden in oktober of november is voor een gezonde, wat oudere boom geen probleem. Het grootste risico zit niet in de takken, maar in de wortels: in een pot zijn die veel minder beschermd dan in de volle grond.
Waarom de pot het verschil maakt
Een olijfboom in de volle grond kan in Zuid-Europa kortstondig -8 tot -10 graden overleven. De wortels zitten dan diep in de aarde, waar het veel minder koud wordt dan aan de oppervlakte. In een pot is dat anders. De kou komt van alle kanten door de wand heen, en bij een paar nachten strenge vorst kan de hele kluit bevriezen. Bevroren wortels kunnen geen water meer opnemen, terwijl de bladeren bij zon en wind wel vocht blijven verdampen. Het resultaat is een boom die in het voorjaar bruine bladeren laat vallen of helemaal niet meer uitloopt.
Hoe kleiner de pot, hoe sneller dat gebeurt. Een olijfboompje in een pot van 30 centimeter is veel kwetsbaarder dan een boom in een bak van 80 centimeter met veel aarde eromheen.
De vuistregels op een rij
- 0 tot -3 graden, één nacht: laat de boom gewoon buiten staan. Zet hem eventueel tegen een muur aan de zuidkant.
- -3 tot -5 graden, of een paar nachten vorst: pak de pot in met noppenfolie, jute of een oude deken en zet hem op potvoetjes of een stuk piepschuim, zodat de kou niet via de grond binnenkomt. Een vliesdoek over de kroon helpt tegen koude wind.
- Onder de -5 graden, of meer dan drie dagen achter elkaar vorst: zet de boom naar binnen.
Jonge bomen, net gekochte exemplaren uit een kwekerij in het zuiden en bomen in kleine potten verdienen eerder bescherming. Voor die bomen kun je de grens beter rond de -3 graden leggen.
Waar zet je hem binnen neer?
Een olijfboom houdt niet van een warme woonkamer. Bij 20 graden en weinig licht gaat hij doorgroeien met slappe, bleke scheuten en krijgt hij vaak last van luis of spint. De ideale overwinteringsplek is licht en koel, tussen de 5 en 10 graden. Denk aan een onverwarmde serre, een lichte garage met een raam, een tuinkas of een trappenhuis. Geef in die periode heel weinig water, ongeveer eens per drie tot vier weken een klein beetje, zodat de kluit niet helemaal uitdroogt maar ook niet nat blijft.
Zet de boom ook niet te vroeg binnen. Een paar koude nachten in oktober en november helpen hem juist om in rust te gaan. Wie de boom bij de eerste koude nacht al naar binnen sleept, heeft vaak een zwakkere plant in het voorjaar.
Houd de weersverwachting in de gaten
Nachtvorst komt in Nederland meestal vanaf half oktober, maar strenge vorst onder de -5 graden zie je vooral in december, januari en februari. Kijk in die maanden dagelijks naar de verwachting voor de komende vijf dagen. Zie je een periode met matige tot strenge vorst aankomen, zet de boom dan een dag van tevoren binnen. Dat is makkelijker dan midden in een vorstnacht nog met een zware pot te sjouwen.
Na de vorstperiode kan de olijfboom gewoon weer naar buiten, zolang het overdag boven nul is. Zo krijgt hij genoeg licht en frisse lucht en is hij in april klaar om weer volop te groeien. Een olijfboom die zo de winter doorkomt, staat in het voorjaar weer net zo zilvergroen op je terras als in de zomer.